zaterdag 9 mei 2009

Socoroma



Het gehuchtje Socoroma opent haar deuren aan de wijde wereld met een welkomstgroet aan de ingang, het is een dorpje van maar liefst 30 a 40 permanente inwoners dat als een witte vlek tussen de Andes rijst. Een verzameling witte huisjes waarvan de helft onbewoond is en een plein vol met gekleurde bloemen, verzorgd en een kerk die op het punt staat in te storten. De huizen hadden vroeger daken van stro, nu zijn ze van zink wat lelijk is en niet isoleert. De nachten in Socoroma zijn koud en kunnen dalen tot wel 8 graden onder nul. Overdag is het warm want de zon wil hier niet zwakker worden en doet je huid barsten.

De groet aan de ingang van het dorp weerspiegelt het karakter van de bevolking: ze zijn gastvrij, staan open voor vreemdelingen en vertellen graag over hun dorp. Deze mensen zijn bescheiden en simpel, hun dagelijks werk bestaat uit het werken op het land en er voor te zorgen dat er eten op tafel komt. Ze werken hard om oregano, aardappels, maïs en soms wat andere extra dingen te produceren en houden dieren zoals koeien, schapen en kippen. Overdag zijn de straten verlaten want iedereen is aan het werk en ’s avonds voor het slapen gaan komen de oude vrouwtjes en oude mannetjes bij elkaar, altijd op dezelfde plek, om te praten over de dagelijkse dingen. Met een warme kleed over de schouders houden deze mensen de banden bij elkaar die deze gemeenschap doen leven. Er zijn geen jongeren, die zijn allang naar de stad vertrokken om te studeren, werken en een ander leven op te bouwen. De tradities, de verhalen over het volk, alle mythes en gewoontes zullen samen met deze mensen het graf in gaan.
Andere veranderingen zijn al duidelijker te zien. In plaats van de traditionele daken van stro zijn die nu van zink wat niet alleen lelijk is maar vooral niet dezelfde isolatievermogen heeft als stro. Er zitten grote kieren tussen muur en dak en je kunt je voorstellen dat met -7 graden ’s nachts deze mensen het behoorlijk koud zullen hebben. Eigenlijk zijn er wetten die deze constructies verbieden en die naar het behoud van het traditionele plaatje van het dorp streven, maar zoals in elk Latijns-Amerikaans land hebben deze totaal geen zin. In het dorp staat een enorm houten (in plaats van lemen) huis die niet wit is maar knal geel. Een verschrikkelijke verschijning in zo’n vriendelijk dorp. En nog iets wat wetten betreft: het trekpleister van het dorp is de kerk, klein, rustig en op slot. Toeristen worden keer op keer teleurgesteld want het oude vrouwtje die de sleutel heeft wilt de deur niet open doen. Ik geef haar groot gelijk want de kerk staat op instorten en waar blijft het geld om het op te knappen? De president van de gemeenschap zegt dat in 2010 de kerk als Nationaal Monument wordt verklaard en dat er geld komt, maar het zou wel erg jammer zijn als voor die tijd met een aardbeving de kerk zou instorten!

Voor de mensen van Socoroma is de aarde hun leven en de wat meer geleerde bewoners vertellen dat Socoroma een te traditionele manier van denken heeft om zich bezig te houden met toerisme. Mijn onderzoek naar toerisme in dit dorpje heeft tot weinig geleid. De mogelijkheden zijn groot maar er is geen geld, de mensen zijn te oud om hun levenswijze te veranderen en dat is ook iets wat ik niet zou willen. Er ontbreken de jongeren om zich met toerisme bezig te houden. Maar niet alleen voor dat, maar voor de tradities, de verhalen en alle geheimen van het dorp.


Groep die mee is gegaan naar Socoroma.

Paul en Wies in Buenos Aires!



2 enorme Latijns-Amerikaanse steden zijn de achtergrond geweest van onze avonturen. Na de aankomst van Paul hebben we vooral veel bijgepraat, zijn we Santiago wezen verkennen en heb ik Paul de sfeer laten proeven waar ik in leef.

Buenos Aires: wat een stad, wat een kleuren, wat een geluiden en wat veel mensen. Dat het “Parijs van Zuid Amerika” wordt genoemd verbaasd mij niets. De gebouwen aan de hoofdsteden zijn kopieën uit Frankrijk en dat geeft de stad zo´n charmante uitstraling. De sfeer is niet echt Europees, maar ook niet Latijns-Amerikaans. Ik zou eerder zeggen een mengsel van allebei. De drukke zakenmensen die in hun mobieltje schreeuwen, donkere kleren en een zonnebril op, hoge flats van glas en allemaal bekende organisaties hebben hun kantoren hier. De mensen zelf zijn net Italianen, hun accent, hun manier van bewegen, hun eten. Ze bewegen net zo veel en zeggen net zo weinig. Wat een dynamiek!
Daartegenover is de stad tegelijkertijd een chaos, de bussen zijn oud (die crisissen waar dit land mee te kampen heeft gehad zijn nog duidelijk te voelen) en er is een hoop armoede op straat. Je voelt je hier onveiliger dan in Santiago omdat je oog in oog staat met wat je niet verwacht in zo´n bijzondere stad. Of misschien is dat een beetje naïviteit van mezelf.
Desalniettemin, hebben Paul en ik het ontzettend naar ons zin gehad in deze romantische stad. De lappen vlees (of de bakken pasta) die we ´s avonds aten hebben niet de kans gehad om zich om te zetten in vet aangezien we de stad voornamelijk te voet hebben verkend.
Van het pittoreske San Telmo naar het metropolitaanse Microcentro, naar het oude havengebied wat nu opgeknapt is en uit een mooie boulevard vol restaurants, cafés, bars, etc. Naar Recoleta met de bekende begraafplaats en naar Palermo met alle prachtige schoenenwinkels. En uiteindelijk naar Boca met het voetbalstadium van Boca Juniors. De laatste dag hebben we een tocht kunnen maken naar Tigre, een plaatsje ten noorden van Buenos Aires waar vroeger de rijken hun buitenhuisje hadden. Oude koloniale huisjes in een schitterende omgeving!
Als verrassing nam Paul mij mee naar een tangovoorstelling (zie foto). En op zondag, de 26ste verjaardag van Paul, hebben we in San Telmo tango op straat kunnen zien tijdens de zondagse markt en ´s middags de sfeer geproefd bij het Boca Stadium waar de altijd klassieke Boca Juniors-River Plate werd gespeeld. En de dag hebben we afgesloten met een enorme hoeveelheid vlees in een restaurantje aan het water.
Buenos Aires, jou zal ik niet snel vergeten!